|
Niet helemaal rond maar wel helemaal top? Volgens de fabrikanten van niet ronde kettingbladen kun je meer presteren met dezelfde geleverde inspanning. Het is nog te vroeg om te spreken van een trend, maar toch. Als het waar is wat ze over hun kettingbladen zeggen, dan kan het zeker een trend gaan worden. Tijd voor een test dus. Omdat we het precies wilden weten zijn zowel het Osymetric kettingblad als ook de Q-ring van Rotor uitgebreid getest. Het idee om kettingbladen niet rond, maar 'ovaal' te maken is niet nieuw. Het merk Shimano bracht begin jaren negentig al het zogenaamde Biopace-blad op de markt. Het was de bedoeling om daarmee de belasting op het kniegewricht te verminderen. Het idee met als het thema: 'ovale kettingbladen' flopte, en werd spoedig weer van de markt gehaald. Niet het blad zelf, maar het idee om het blad niet zuiver rond te maken kwam terug. Maar de huidige modellen zijn op dit idee veel beter doorontwikkeld: daar waar de atleet de meeste kracht op het pedaal zal te zetten, heeft het gedeelte van het kettingblad ook een grotere diameter. Denk daarbij maar aan een wijzers van een klok: Wanneer de voet van de één uur naar de vijf uur gaat is de opbouw van kracht het grootste. Om zes uur en om twaalf uur heb je als het ware een dood punt; op deze punten valt weinig versnelling te verwachten. Je kunt zelfs stellen dat de trapbeweging er wordt afgeremd! De niet ronde kettingbladen van topmerken zoals Osymetric en Rotor zijn ontworpen om precies op deze twee momenten het trappen aan te pakken. Als allebei de modellen juist op de fiets zijn bevestigd, (bij de Q-bladen van Rotor kan dit op verschillende manieren) dan zullen ze het moment dat de benen de meeste kracht kunnen ontwikkelen daadwerkelijk uitbuiten. En op de dode punten zullen ze dat juist niet moeten doen. Doordat het kettingblad op die punten kleiner is gemaakt, kan het been er als het ware overheen kruien. Naast dat de krachten, die worden geleverd door het been, beter worden overgebracht (waardoor het trappen van de fietser effectiever is), beloven de fabrikanten ook dat er door dit uitgangspunt ook minder vermoeidheid in de spieren optreedt. Dit zou vooral positieve gevolgen bij een triathlon of het lange baan rennen kunnen hebben. Als dit bovenstaande ook maar een beetje klopt, dan moet je je toch afvragen waarom er nog steeds sporters met gewone kettingbladen rond rijden! Onderzoek aan de Spaanse universiteit van Valladolid geeft de producent gelijk. Na een wedstrijd tussen het Q-ring kettingblad en een normaal kettingblad was de stand 3-0 voor Q-ring: 1. Op de hometrainer verkreeg een coureur meer Watts met dezelfde of een iets lagere hartslag, 2. hield hij een duurtest langer vol, en 3. werd in korte sprinttests meer arbeidsprestatie overdragen op de ketting. Omdat we het precies wilden weten zijn zowel het Osymetric kettingblad als ook de Q-ring van Rotor uitgebreid getest.
Dat hebben we alsvolgt gedaan Alvorens beide modellen te vergelijken zijn we er eerst enkele weken domweg mee gaan fietsen, om aan de niet-ronde kettingbladen te wennen. Door dit wennen aan de nog onwennige beweging, kregen onze sporters tijdens de testen geen spierpijn, en dus was er geen negatieve invloed op de test. Deze test hebben we gedaan tijdens een tijdrit op een rollerbank (de Cyclops Powerbeam Pro). Daarnaast hebben we een toerenteller op het trapasgedeelte geplaatst. In de zes keer testen hebben we alleen maar wat kettingbladen vernieuwd (we hebben het hier over de Shimano Dura-Ace). Bij de eerste drie test ritten moest, na een warming-up van tien minuten, de geleverde prestatie gedurende 20 minuten constant blijven. In de tweede testronde hebben we dit eens omgedraaid, en gingen we uit van een zekere hartslag, uitgaande van een gemiddelde belasting. (in het Duits GA-bereich) Bij de testritten merkten we dat de vorm van het kettingblad onbewust de manier van trappen beïnvloed. Daarom hebben we voorafgaande aan de metingen gemeten bij een frequentie van 85 omwentelingen per minuut. Lastig aan te brengen Voor de test moeten we de bladen echter eerst monteren; en daar begint de ellende. De diameter van het asymmetrische kettingblad is namelijk variabel. Daardoor moet de stand van het derailleur mee variëren, zodat bij zijn buitenste stand (grootste verzet) deze niet aan het grote blad voorbij gaat, en daarmee een wissel van kettingblad onmogelijk zou maken. Stel, je hebt een frame, waaraan het derailleur met een beugel aan de zitbuis bevestigd is, die kan schuiven. (Dit zie je bij veel moderne tijdrit- en triathlonfietsen) In zo'n geval kan het monteren van een kettingblad van Osymetric of Rotor wel eens moeilijk worden. Osymetric heeft daarvoor een hulpstuk uitgebracht. Als je die niet hebt dan ben je in het uiterste geval gedoemd tot het uitvijlen van je derailleur... Dat gold niet alleen voor ons, maar ook voor meerdere atleten. In technisch opzicht is dit nogal knullig. Ook het afregelen van het derailleur nam meer tijd in beslag als gedacht: totdat het lekker schakelde hadden we behoorlijk wat testritjes nodig met een schroevendraaier en een inbussleutel op zak. Maar eenmaal aangebracht en ingesteld werden we een stuk vrolijker: het was even wennen, maar na een paar uur hadden we de slag te pakken. Het leek wel alsof de trappers met een elastiek de dode punten werden doorgetrokken. Met name als je flink aan het koersen bent (maar ook tijdens felle sprints) leek het alsof er meer van de ingezette energie uit de benen ook daadwerkelijk het asfalt bereikte. Logisch natuurlijk als je bedenkt dat tussen de eerder besproken 'één en de vijf uur-fase' een fietser heel zijn lichaamsgewicht in de strijd kan gooien en dit goed combineert met de dan grotere diameter van het kettingblad. Wat in de praktijk het meest opviel was het feit dat de normale trapfrequentie wat afnam ten gunste van een iets grotere versnelling. Dat werd niet bewust aangestuurd, maar ging als vanzelf." Bij de zichtbaar sterk ovaal gevormde bladen van Osymetric was dit effect stekker, bij die van Q-ring sprong dit er niet zo uit. Het schakelen remt je af Het probleem van het schakelen lag aan de standaard kettingbladen van Shimano. Bij Osymetric was dit nog iets erger, wat kan liggen aan de duidelijk schommelende ketting. Het wisselen van het ene kettingblad op het andere ging bij beiden merken prima, hoewel dit toch duidelijk minder soepel gaat als bij de standaard kettingbladen van beide fabrikanten. Bij de kettingbladen van Osymetric heb je dan ook nog eens dat ze minder torsievast zijn. Voor de meeste fietsers is dat geen punt, maar de ervaren fietser zal zich er aan gaan ergeren. Maar dat iets ruwere schakelen bij alle ovaalachtige kettingbladen speelt een onbeduidende rol bij de gelijkmatige belasting van het aerodynamische triathlonfietsen. Het zou echter een reden kunnen zijn dat gewone ritten maar weinig fietsers die kettingbladen gebruiken. Het feit dat je vaak moet schakelen tijdens plotselinge tempowisselingen vraagt om een derailleur dat het voor de 100% doet. Voor het tijdrijden, dus met weinig schakelmomenten, zie je daarentegen steeds de niet-ronde variant opduiken. Speciale positie voor Rotor De kettingbladen van Q-Ring zijn op verschillende manieren aan te brengen. Door een ruime keuze aan voorgeboorde gaten kun je zelf bepalen bij welke stand van de pedalen je de grootste diameter van het kettingblad wilt hebben. Erg handig, omdat immers voor elke fietser geldt dat zijn houding anders is; of hij nu trapt op een tijdritfiets of een normale racefiets. Onze ervaring is, dat als je voor een normale racefiets de standaard boorgaten pakt, dat je dan het beste voor 'stand één' kunt kiezen. Dat verschilt natuurlijk per soort fiets, de wijze waarop deze het lekkerste trapt, en in welk gedeelte van een trap de meeste kracht op de wielen kan worden overgedragen: uitproberen dus... Door stom toeval is het volgende ontdekt: door met opzet het kettingblad verkeerd op de fiets te zetten oefen je juist het omgaan met die 'dode punten'! Hoewel de fabrikant beweert dat door het gebruik van de 'ovale' kettingbladen er minder spiermoeheid op zou treden in de bovenbenen, kunnen wij dit niet bevestigen. Die leek in het begin zelfs groter te zijn, hetgeen natuurlijk ligt aan de onwennige manier van trappen. Na een tijdje wennen viel er door ons echter geen verschil meer te ontdekken.
De uitkomst van de test Na het meten van de opgewekte energie van het trappen, op twee onafhankelijke manieren, geeft dit het onomstotelijke bewijs dat je met de 'ovale' bladen meer uit het trappen haalt. Als we dat vergelijken met normale kettingbladen dan lag die waarde bijna vier procent hoger. Het ongelofelijke aan deze test was dat de meetfout van beide joule-meters hetzelfde was! Bij de meting met de zogenaamde Schoberer Rad Messtechnik (SRM - zie http://nl.wikipedia.org/wiki/SRM) dat we hebben gestopt tussen kettingblad en de trapas, nam de Watt waarde even veel toe als bij die van Cyclops. Misschien ligt dit aan het feit dat de SRM waarde die prestatie meet ook de trapfrequentie meeneemt welke nauwkeurigheid leidt onder het zwabberen van de 'ovale' bladen. Hier heb je binnen één rotatie namelijk te maken met verschillende trapsnelheden. Bij de extremer ovaal gevormde bladen van Osymetric kwam dit nog sterker naar voren. Bij een gelijkblijvende trapsnelheid lag, door het gebruik van de ovale kettingbladen, de hartslag van een fietser grofweg drie procent lager als bij het inzetten van ronde bladen. Als er sneller werd getrapt (meer dan 95 omwentelingen per minuut) dan nam het effect daarvan iets af.
Onze conclusie Ovale kettingbladen blijken voor de inzet in de triathlon een ontzettend goed alternatief. De testen die we er mee hebben gedaan tonen aan dat inderdaad een prestatieverbetering ermee mogelijk is. Onafhankelijk van de fietser, het gebruikte materiaal en de belasting, komen we elke meting uit op meer geleverde Watts. Het is even wennen, maar na een tijdje ontkomt niemand er aan om beide duimen de lucht in te steken. Daar tegenover staan de listige montage en het moeilijke afstellen. En ook het veelal relatief lompe schakelen. Diegene die bijvoorbeeld is gewend om vaak te schakelen terwijl de belasting op de trappers flink groot is, moet zich dat goed realiseren en kiezen voor de matigere variant van Q-ring. De bladen van Osymetric zijn meer aan te raden voor die renners, die van een langzamere, gelijkmatigere tred houden. Bovenal zien we meer zonlicht dan schaduw. Het zal niet als een verrassing komen als we in de toekomst de 'ovale' kettingbladen wat vaker tegen gaan komen...
|